32e Open Monumentendag trekt ruim 1 miljoen bezoekers

Naar schatting ruim een miljoen bezoekers bezochten afgelopen weekeinde de vijfduizend opengestelde monumenten in Nederland tijdens de 32e Open Monumentendag.

Het thema In Europa bood publiek de kans allerlei Europese verhalen rond Nederlandse monumenten te ontdekken. De inzet van duizenden vrijwilligers en monumenteigenaren en het goede weer zorgden voor een drukbezochte vaderlandse editie van de European Heritage Days.

Belang

Tijdens de landelijke start van de Open Monumentendag op 6 september in Den Haag benadrukte Europarlementariër Marietje Schaake het belang van monumenten.

”Monumenten herinneren ons aan onze plaatsbepaling op het pad van de tijd. Ze helpen ons stilstaan bij wie we zijn en bij de immateriële waarden die wij koesteren”.

Journalist en publicist Charles Groenhuijsen vulde haar aan: “Hopelijk draagt Open Monumentendag bij aan het uitdragen van de Nederlandse saamhorigheid. Dan worden de bezochte monumenten niet alleen spiegel van het verleden, maar ook een brug naar de toekomst”.

Recent onderzoek bevestigt dat 84 procent van de Nederlanders het belangrijk vindt dat monumentaal erfgoed behouden blijft; 71 procent is van mening dat monumenten een positieve invloed hebben op de aantrekkingskracht van een stad of dorp.

Trend

Tijdens de editie 2018 van Open Monumentendag was het opvallend dat wat betreft samenstelling van de bezoekers de trend van vorig jaar werd doorgezet.

Ook nu zagen veel plaatsen een stijging in het aantal gezinnen met jonge kinderen, het aantal jongeren, het aantal bezoekers van buiten de eigen gemeente en ook een flinke stijging van het aantal toeristen die belangstelling toonden voor de opengestelde monumenten.

Zo was er Alkmaar interesse van bezoekers uit Italië, Rusland, Japan, Oostenrijk, Spanje, Marokko en Canada, in Dordrecht werden tal van Belgische bezoekers gesignaleerd, Almere kreeg veel internationale aandacht en ook op het Groningse platteland zijn buitenlandse toeristen gespot.

Toppers

De bezoekersaantallen van de Open Monumentendag overtroffen dit jaar in veel plaatsen de verwachtingen.

In Amsterdam waren grote hotspots de Burgemeesterswoning aan de Herengracht, het Huis van Marwijk Kooy en Huis de Vicq, en de Synagoge aan de Gerard Doustraat. In Utrecht was de door University College voor het eerst opengestelde Cromhoutkazerne zeer populair, en Rotterdam trok de meeste belangstelling met het HAKA-gebouw en Jonge Buskens aan de Schiekade.

Andere uitschieters dit jaar waren de Hortus Botanicus in Leiden met 6.100 bezoekers, de Pieterskerk in Leiden met 5.900 bezoekers, de Nieuwe Kerk in Delft met 6.000 bezoekers en het voormalig hoofdkantoor van Gistbrocades/DSM in Delft met 3.000 bezoekers, de Grote Kerk in Breda met 4.000 bezoekers, de Eerste en Tweede Kamer in Den Haag met 4.000 bezoekers, en de Ridderzaal met 3.500 bezoekers.

Voormalig radiozendstation Radio Kootwijk scoorde hoog met ruim 3.500 bezoekers, het Woonhuis ‘t Root Cruijs in ’s-Hertogenbosch trok maar liefst 3.000 bezoekers en het Stadhuis van ’s-Hertogenbosch ontving eveneens 3.000 bezoekers. Kasteel Rechteren in Dalfsen mocht 2.300 bezoekers verwelkomen, het Stadhuis en de Sint Janskerk in Gouda trokken beide 2.000 bezoekers, in Groningen waren de Martinikerk met 2.000 bezoekers, het stadhuis met 1.800 bezoekers en het provinciehuis Groningen met 1.400 bezoekers populair. Ook de Muur van Mussert in Ede was een grote trekpleister met 1.500 bezoekers.

Meeste bezoekers                           

De meeste bezoekers kwamen naar Amsterdam (40.000), Breda (33.500), Den Haag (33.000), Dordrecht (30.000), ’s-Hertogenbosch (25.000), Rotterdam (25.000), Bergen op Zoom (24.000), Leiden (22.500), Utrecht (20.000), Zwolle (20.000), Delft (18.500), Schouwen-Duiveland (14.000), Groningen (12.000), Apeldoorn (12.000), Alkmaar (10.000), Westland (10.000), Weert (7.000), Arnhem (6.500), Leidschendam-Voorburg (5.700), Gouda (5.000), Rheden-Rozendaal (5.000), en Súdwest-Fryslân (5.000).