Flevolands erfgoed: meer dan Urk en Schokland

Flevoland is in Nederland absolute hekkensluiter als het gaat om besteding van geldelijke middelen voor erfgoed. Dat concludeert erfgoedvereniging Heemschut/Heemschut Flevoland in een brief aan de fractievoorzitters in provinciale staten.

Volgens Heemschut lijkt binnen Flevoland brede consensus te bestaan over de waarde van erfgoed. De algemene opvatting is dat provinciaal erfgoed een bijzondere bijdrage levert aan de vaderlandse geschiedenis, aan de vorming van plaatselijke historie, aan lokaal besef/activiteiten en aan educatieve mogelijkheden. ‘Erfgoed werkt als wervende kracht voor bezoekers van buiten en, ook economisch gezien, stimuleert recreatief/toeristische activiteiten’, heet het.

Rijker dan gedacht

Flevoland, aldus Heemschut, is rijker aan erfgoed dan menigeen denkt. Erfgoed is immers niet altijd oud, of een gebouw. Het kan ook een woonwijk of een landschap zijn.

Zo telt Flevoland door de omvangrijke naoorlogse woningbouwopgave tal van wijken die prachtige en consistent uitgevoerde voorbeelden zijn van de technische mogelijkheden en maatschappelijke en architectonische opvattingen in een bepaalde periode. Dat erfgoed staat onder de noemer ‘Post 65’ steeds meer in de belangstelling.

Wat het groene landschap betreft hebben de Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland een consequent en goed doordacht landschap, uniek in de wereld. Ze vormen een spiegel van de tijd waarin ze tot stand zijn gekomen. Voor het landschap van de Noordoostpolder heeft dat bijna geleid tot een voordacht als UNESCO Werelderfgoed.

De Knardijk is uitgesproken voorbeeld van een onbekend monument. Haar geschiedenis gaat terug tot de ijstijden en eindigt in het nu. Niet voor niets heeft Heemschut Flevoland dit voorjaar voor deze dijk op het droge een symposium en excursie gehouden. De kruin biedt een indrukwekkend uitzicht op het Flevolandse landschap. Daaronder ligt de geschiedenis gestapeld als ensemble. “Het gegeven dat de dijk in diverse gemeenten ligt rechtvaardigt provinciale aandacht”.

Wegbeplantingen

Erfgoed kan dus ook een landschap of wegbeplanting zijn. Typerende wegbeplantingen komen in heel de provincie voor. Een bijzonder maar minder bekend voorbeeld is de A6, de enige snelweg in Nederland met over de volledige lengte een groenontwerp dat wisselend reageert op het omringende landschap. Een ontwerp dat vanaf het begin consequent wordt gehandhaafd, ondanks de druk vanaf de zichtlocaties langs de snelweg.

Flevoland is rijk aan watererfgoed. Zo heeft Landschapsbeheer Flevoland op verzoek van het Waterschap Zuiderzeeland de cultuurhistorische waarden van het watersysteem in de provincie, in beheer bij Waterschap Zuiderzeeland, gewaardeerd. In totaal bleken 173 elementen, zoals duikers, stuwen, coupures (onderbrekingen in een waterkering) loswallen, vaarten, zwaaikommen en dijkvakken waardevol genoeg om te worden gewaardeerd. In deze opsomming is niet meegenomen het watererfgoed, beheerd door de provincie Flevoland.

Herinnerings- en herdenkingserfgoed

Wat betreft het herinnerings- en herdenkingserfgoed kent Flevoland een aantal locaties. Voorbeelden zijn het Vissersmonument in Urk, het Bos der Onverzettelijken in Almere, het Vliegersmonument in Dronten (gecombineerd met bijbehorende evenementen) en de ‘Rotterdamse hoek’ in de Noordoostpolder, met het puin van het in 1940 gebombardeerde Rotterdam.

Wat de eigen, lokale geschiedenis betreft is opvallend dat er wel fysieke locaties in Flevoland zijn, die herinneren aan de periode van de aanleg en inrichting van de polders, maar dat deze in beperkte mate zijn uitgegroeid tot herkenbaar herinnerings- en herdenkingserfgoed.

Mogelijkheden zijn er volgens Heemschut wel. Twee voorbeelden: de (te herbouwen) pioniersbarak in Dronten en de voormalige en laatste authentieke ontginningsschuur van de rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in Almere. Die is nu in eigendom van de gemeente Almere en in beheer bij de Stichting tot Behoud van Oude Technieken. De toekomst van de schuur is niet duidelijk.

 Lacune in kennis

 Er zijn in Flevoland dus meer erfgoedobjecten dan op het eerste gezicht lijkt. Dat is volgens Heemschut een lacune in de kennis. Ook beroepshalve is de kennis naar haar inzicht niet optimaal.

Citaat uit de Communicatiestrategie Watererfgoed Noordoostpolder: “Uit de bijeenkomsten die georganiseerd zijn in het kader van het Project Watererfgoed blijkt dat het kennisniveau van de medewerkers van de betrokken organisaties (provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, gemeente Noordoostpolder en gemeente Urk) sterk varieert”.

 Vervolg?

Ondanks alle mooie woorden in beleidsstukken zijn er vragen over het vervolgtraject. Er zijn veel goede intenties, maar vaak wordt het stil na een enthousiast begin.

Wat gebeurt er met de ‘erfgoed pop-ups’ die de provincie Flevoland heeft georganiseerd? Wat gebeurt er met de adviezen en plannen gepresenteerd in de serie ‘Watererfgoed Noordoostpolder’? De cultuurhistorische kaarten die ooit zijn gemaakt, hebben vervolg noch actualisering gekregen.

In het kader van het Groot Onderhoud Bruggen en Sluizen is extern archeologisch en intern erfgoedkundig onderzoek gedaan. Helaas komt dat niet terug in de uitwerking. Daar gaat het volgens het provinciale rapport uit 2016 om 1) economie en 2) infrastructuur. Archeologie en erfgoed zijn blijkbaar meer een formeel te overbruggen probleem dan een positief en kansrijk aspect van de zestien, vaak uit meerdere onderdelen bestaande bruggen- en sluizen, die in beheer zijn van de provincie Flevoland. Er zijn ook serieuze vragen te stellen over de omvang van de provinciale intenties.

Nota cultuurbeleid

‘Flevoland is rijk aan cultureel erfgoed en dat verdient een groter publiek’, valt te lezen in de provinciale Nota Cultuurbeleid 2017-2020. ‘We denken daarbij aan het werelderfgoed Schokland, het Waterloopbos en de vele scheepswrakken in de bodem‘, zo somt de tekst op.

In deze nota is nergens te vinden dat de provincie wel eens verder zou willen kijken (en handelen) dan de paden waar de bekende (rijks)monumenten te vinden zijn. De opmerking “Het beschermen en behouden van het cultureel erfgoed is vooral onderdeel van het ruimtelijk beleid en de regelgeving van de provincie” heeft geen vervolg in de nota. Eén opmerking maakt nieuwsgierig: “We onderzoeken hoe we het gemeentelijk monumentenbeleid het beste kunnen ondersteunen.” Is er al een uitkomst?

Overigens moet geconstateerd worden dat de nota een uitwerking is van het politieke beleid zoals dat geformuleerd is in het coalitieakkoord 2015-2019. Daarin ontbreekt goeddeels de eigen rol van de provincie ten aanzien van het erfgoed, behalve als het gaat om subsidies aan externe instellingen.

Wat betreft het gemeentelijk erfgoedbeleid zijn er zorgen in het kader van de komende Omgevingswet. Daarin is een taak opgenomen voor gemeenten ten aanzien van erfgoed. De praktijk leert dat de meeste Flevolandse gemeenten zich daar niet echt van bewust zijn, laat staan dat noodzakelijke capaciteit wordt gereserveerd.

Geld?

Per inwoner geeft het rijk aan Flevoland 29 eurocent dat is -75 procent ten opzichte van het gemiddelde van alle Nederlandse provincies. De provincie zelf draagt per persoon aan erfgoed 44 eurocent bij. Dat geeft, opnieuw ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde, een afwijkend percentage van -89 procent.

Bij elkaar opgeteld betalen provincie en rijk 89 eurocent, een afwijking van -85 procent ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. Ter vergelijking: in Limburg wordt per inwoner 9,92 euro besteed voor erfgoed door rijk en provincie tezamen. Dat is in Zuid-Holland 1,79 euro. Zuid-Holland staat met dit bedrag op de een-na-laatste plaats in het lijstje van twaalf provincies. Nog altijd met een bedrag dat vrijwel het dubbele is van de besteding aan erfgoed door hekkensluiter Flevoland.

Slotsom

Heemschut concludeert: “Flevoland is rijker aan erfgoed dan menigeen denkt. De waarde ervan wordt breed erkend en reikt verder dan louter cultuurhistorie. Er zijn initiatieven in het provinciale erfgoedbeleid maar die zijn in de breedte beperkt en worden vaak niet uitgewerkt. Op beroepsmatig niveau is er beperkte kennis en capaciteit ten aanzien van het Flevolandse erfgoed”.

Foto: de laatste ontwikkelingsschuur (in Almere) van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, tegenwoordig in gebruik bij de Stichting Behoud Oude Technieken (foto Ben te Raa).