Onderzoek: ‘Steun aan historische buitenplaatsen legitiem’

De maatschappelijke baten van historische buitenplaatsen overtreffen ruimschoots de kosten van instandhouding ervan. Dat blijkt uit onderzoek van Elisabeth Ruijgrok van Witteveen + Bos. Investeren in instandhoudingskosten van buitenplaatsen loont daarom vanuit maatschappelijk perspectief volop.

Het onderzoeksrapport is op dinsdag 22 mei door Per Insinger, voorzitter van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen, aangeboden aan voorzitter Ockje Tellegen van de vaste Tweede Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (foto).

Maatschappelijke waarde

Bekend was al dat historische en monumentale gebouwen, hun tuinen en parken en groene rijksmonumenten sterke magneetwerking hebben op groeiende aantallen (inter)nationale toeristen en recreanten. Daarnaast verhogen ze het woongenot van dorpen en steden in de omgeving. De instandhouding ervan gaat bovendien gepaard met de nodige werkgelegenheid.

Het nu gepubliceerde onderzoek brengt voor het eerst de economische en maatschappelijke baten in beeld.

Baten niet voor eigenaren

Het rapport maakt o.a. inzichtelijk dat elke geïnvesteerde euro in een historische buitenplaats de samenleving circa 3,50 euro oplevert.

Meest opvallend daarbij is dat ruim 80 procent van die baten terecht komt bij burgers, 14 procent bij overheden (via belastinginkomsten), bijna 5 procent bij omliggende (horeca)bedrijven en slechts 1 procent bij instandhouders.

Die instandhouders zijn overwegend particuliere eigenaren, die hun buitenplaatsen – met veel inzet en moeite – in goede staat proberen te houden, en zo nodig, op orde te brengen. Bovendien geldt voor hen een wettelijke onderhoudsplicht.

Erfgoedbeleid

Dat ook de instandhoudingskosten van historische gebouwen op buitenplaatsen en hun parken, tuinen en bossen zeer hoog zijn, was al bekend uit eerdere onderzoeken van het ministerie van OCW.

Wel maakt dit nieuwe rapport duidelijk dat de instandhoudingskosten van monumentaal groen aanzienlijk hoger zijn dan die van monumentaal rood. Desondanks is het gelukt een groot aantal van deze parels van het buitengebied te beschermen voor de toekomst.

De historische buitenplaatsen met hun bijbehorende tuinen en parken verkeren inmiddels in redelijke staat van onderhoud. Veelal is dat het resultaat van particulier initiatief en dankzij een nauwsluitende combinatie van subsidies en fiscale aftrek.

Politiek debat

De zorgen over de continuïteit van het noodzakelijke onderhoud zijn echter weer toegenomen door de onzekerheid over de gevolgen van mogelijke wijzigingen in het erfgoedbeleid. Binnenkort verschaft verantwoordelijk minister Ingrid van Engelshoven daarover meer duidelijkheid.

De vaste Kamercommissie voor OCW spreekt op 30 mei over het Cultuurbeleid en de extra investeringen.

 Initiatief

Voor het onderzoek, geïnitieerd door de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB), is samenwerking gezocht met de Nederlandse Kastelen Stichting (NKS), de Federatie Particulier Grondbezit, de vereniging Bewoond Bewaard, de Stichting Agrarisch Erfgoed Nederland en de Stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen.

Hun gezamenlijke rapport legitimeert volgens de organisaties vooral een extra impuls van de rijksoverheid voor groene monumenten en handhaving van de huidige fiscale aftrekmogelijkheden voor onderhoud aan rijksmonumenten.

Het volledige rapport is online beschikbaar op de website van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen: www.vphb.nl –> Publicaties

 Klik hier om het volledige rapport te downloaden (pdf bestand).

Klik hier om een samenvatting van het rapport te downloaden (pdf bestand).