Onderzoek: meer samenwerking kasteel- en buitenplaatsmusea noodzaak

Dertig procent van de Nederlanders vanaf 18 jaar bezoekt tenminste eenmaal per jaar een (Nederlands) kasteel- of buitenplaatsmuseum. Dat blijkt uit landelijk onderzoek onder een representatief deel van de bevolking (ruim 1.700 respondenten). Het aantal bezoeken zou echter hoger zijn als de kasteelmusea bekender zouden zijn en/of er meer samenhangende (verbindende) informatie beschikbaar komt.

Het onderzoek van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL) is uitgevoerd door Onderzoeksbureau Effectmeting met financiële steun van het Mondriaanfonds, de provincies Groningen en Drenthe en 12 kasteelmusea.

Bekend en onbekend

Nederland telt 700 kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen. Hiervan worden er circa 60 benut als museum waartoe ook particuliere initiatieven behoren zoals buitenplaats Voorlinden (Wassenaar) en Kasteel Ruurlo (onderdeel van Museum More).

Het onderzoek toont aan dat Het Muiderslot, Paleis Het Loo, Slot Loevestein, Kasteel de Haar en Kasteel Hoensbroek tot de bekendste representanten van dit erfgoed mogen worden gerekend en dat de kasteelmusea Bisdom van Vliet, Sypesteyn, De Oosterhof of Huygens’ Hofwijck niet of weinig bekend zijn bij een breed publiek.

Bezoekredenen en potentieel

Ontspanning, behoefte aan natuur (tuinen) maar ook interesse in architectuur, historische interieurs, verhalen en elite-(Oranje)geschiedenis blijken de belangrijkste drijfveren voor een bezoek te zijn.

Van de ondervraagde Nederlanders is 38 procent via familie/bekenden voor het eerst in contact gekomen met dit erfgoed of zijn zij hiermee van huis uit bekend. Velen zijn als kind tijdens kasteelbezoek blijvend onder de indruk geraakt waardoor zij ook op latere leeftijd bezoekers zijn.

Bezoekers reizen doorgaans per auto naar de natuur en blijven gemiddeld twee uur op een kasteel waar zij ruim 20 euro per bezoek uitgeven. Opmerkelijk is dat 11 procent van de ondervraagden zegt vrijwillig actief op een kasteelmuseum te willen worden als zij hiervoor gevraagd zouden worden.

Samenwerking gewenst

Meer onderlinge samenwerking lijkt voor de kasteelmusea de beste toekomststrategie om de aandacht van landelijk publiek te trekken.

Veel respondenten geven aan dat deze groep musea haar onbekendheid moet verkleinen, dat er grote behoefte is aan rondleidingen met gidsen, dat op basisscholen meer aandacht aan kastelen en buitenplaatsen moet worden gegeven en dat door de musea meer voor kinderen moet worden gedaan. Ook ‘mooie’ exposities of evenementen trekken publiek. Verder wordt de publieksinteresse verhoogd door het benutten van combikaarten en/of de organisatie van arrangementen waarin meerdere kasteelmusea op een dag te bezoeken zijn.

Website

De sKBL lanceerde in 2015 een site met een compleet overzicht van bezoekersmogelijkheden van 700 kastelen en buitenplaatsen in Nederland. Voorts vormt de stichting die een culturele ANBI status bezit, een landelijke koepel voor kastelen,  historische buitenplaatsen en landgoederen. Hierin zijn ruim 175 particuliere eigenaren, natuurorganisaties (w.o. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) en horecagedreven buitenplaatsen vertegenwoordigd. Van de circa 60 kasteelmusea zijn 29 aangesloten in het netwerk. De provincies Utrecht en Zuid-Holland ondersteunen de stichting.

Foto: Dekema State in Jelsum, Friesland (foto Helene Blaak).