Conservering IJsselkogge van start

Vandaag, donderdag 10 januari, is in erfgoedpark Batavialand te Lelystad begonnen met de conservering van de IJsselkogge. Het wrak van het handelsschip werd begin 2016 bij Kampen uit de IJssel gehaald. Het conserveringsproces duurt naar verwachting ongeveer zes jaar.

De succesvolle lichting van de kogge was indertijd het resultaat van nauwe samenwerking van Rijkswaterstaat, de gemeente Kampen, ADC ArcheoProjecten, Batavialand en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

Na de berging zijn het scheepswrak en de bijbehorende losse onderdelen schoongemaakt, gedocumenteerd en onderzocht op houtkwaliteit. Aldus is de juiste conserveringsmethode bepaald.

Begin vorig jaar liep het dak van het conserveringsstation in Lelystad echter onherstelbare schade op door een zware westerstorm. In afwachting van vervanging zijn de werkzaamheden aangepast en uitgesteld. Voorzien van een nieuw dak en noodzakelijke aanpassingen aan het station is met de conservering van de IJsselkogge nu een begin gemaakt.

Proces

Houten schepen en voorwerpen die eeuwenlang op de bodem liggen zijn verzadigd met water. Opgegraven hout dat niet wordt natgehouden of geconserveerd, zal door uitdroging gaan krimpen, scheuren en vervormen.

De conservering van de IJsselkogge gebeurt door impregnatie met polyethyleenglycol (PEG), een wasachtige substantie, die de plaats van het water in de houtcellen overneemt. Hierdoor blijft het hout gezwollen en wordt vormverlies tegen gegaan. Onderzoek heeft uitgewezen dat het hout van het wrak een harde kern en een zacht oppervlak heeft. Hierdoor is het geschikt om handmatig te worden besproeid met een PEG-oplossing. Daarna wordt het hout langzaam gedroogd en wordt de hoge luchtvochtigheid, in de ruimte waar de kogge staat, geleidelijk teruggebracht tot ‘normale’ waarden zodat de kogge kan worden geëxposeerd.

Vondst met allure

Koggen waren de handelsschepen van de Hanzetijd. Kampen was destijds een van de machtigste steden in Noordwest-Europa.

De gevonden IJsselkogge, 26 meter lang en 8,5 meter breed, is door archeologen omschreven als een internationaal belangrijke vondst. Het schip is vermoedelijk omstreeks het jaar 1400 expres afgezonken om slib tegen te houden, zodat de vaargeul in de IJssel openbleef.