Fragmentengebouw vanaf 1 november weer open voor publiek

oostvleugeltje

Vijf jaar na de opening van het hoofdgebouw (1885) werd in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam een curieus museumgebouw neergezet, bestaande uit bouwfragmenten van andere monumenten in Nederland die aan het einde van de 19e eeuw op grote schaal werden gesloopt.

Dit onderdeel van het Rijksmuseum heette het Fragmentengebouw (1890-1897). Een dergelijk voorbeeld van een museumgebouw, bestaande uit een samenstel van monumentale onderdelen, is in Nederland niet bekend. Na een ingrijpende opknapbeurt is het gebouw vanaf 1 november weer open voor publiek. Restauratiearchitect was Van Hoogevest Architecten uit Amersfoort.

Monumentale onderdelen

Architect Pierre Cuypers heeft in het gebouw onder meer het trappenhuis van het Huygenshuis van Jacob van Campen, maar ook de traptoren van de Ockinga-stins uit Franeker en de Waterpoort van Gorinchem verwerkt. Later volgden twee uitbreidingen ten behoeve van de schilderijencollectie van het echtpaar Drucker-Fraser. Zij schonken hun verzameling aan het Rijksmuseum op voorwaarde dat deze een eigen onderkomen zou krijgen.

Samen vormen het Fragmentengebouw en de twee uitbreidingen voor de familie Drucker de Zuidvleugel van het museum, nu vernoemd naar sponsor Philips. Bijzonder onderdeel van de Philipsvleugel is de Bredase wand. Nu is het een binnenwand van het nieuwe atrium, maar oorspronkelijk vormde het de oostgevel van het in de tuin vrijstaande Fragmentengebouw.

De Bredase wand was een restant van de Hovenierswoning die onderdeel was van het stalcomplex bij het Paleis van Hendrik III van Nassau in Breda. Het fragment heeft een hoge monumentwaarde als 16e eeuws voorbeeld van de Italiaanse renaissancestijl in Nederland. Mede daarom is bij restauratie gekozen voor het weer vrijleggen van de wand die in de vorige eeuw uit het zicht was verdwenen door een voorzetwand.

Restauratie 2013 – 2014

Evenals bij het hoofdgebouw is bij de restauratie van de Philipsvleugel gekozen voor herstel van de ruimtelijkheid van het gebouw. De inbouwen uit de jaren 90 zijn verwijderd, evenals de installaties, die door architect Wim Quist waren ondergebracht op een nieuwe bouwlaag in het huidige atrium. Nu heeft het atrium weer daglicht van bovenaf via een nieuwe glaskap.

De deels hergebruikte oude installaties zijn onzichtbaar weggewerkt achter voorzetwanden en gekoppeld aan de installaties van het hoofdgebouw. De Bredase wand is door verwijdering van de voorzetwand weer in het zicht gekomen. De vele beschadigingen ten gevolge van 20e eeuwse doorbraken naar nevenliggende ruimtes en de bevestiging van een loopbrug tussen het Fragmentengebouw en de Druckeruitbouw zijn ongedaan gemaakt.

Daarnaast is de gevel intensief gereinigd en ontstoord waardoor een betere aansluiting is ontstaan met de nieuw ingebrachte elementen. Naast expositie zijn de nieuwe functies in de Philipsvleugel een restaurant op de begane grond van de Druckeruitbouw met grote glaspuien in de oostgevel, een zogenoemde Lakkamer en een Friendsroom. Op het terrein grenzend aan de museumstraatzijde is het historische hekwerk aangepast ten behoeve van de nieuwe restaurantfunctie.