Hollandse Waterlinies voorgedragen voor Werelderfgoedlijst

In Parijs is gisteren (maandag 28 januari) het nominatiedossier Hollandse Waterlinies aangeboden bij UNESCO. Dat gebeurde in aanwezigheid van o.a. de gedeputeerden Josan Meijers (Gelderland) en Joke Geldhof (Noord-Holland).

De Hollandse Waterlinies bestaat uit de Stelling van Amsterdam die al op de Werelderfgoedlijst staat en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Samen vormen zij een uniek en compleet monument van verdediging van het land met water als bondgenoot.

Uniek in de wereld

Als toekomstig werelderfgoed geldt de Nieuwe Hollandse Waterlinie als een mooie aanvulling op de waarde van de Stelling van Amsterdam.

Beide linies vormden in het verleden één verdedigingslinie, bedoeld om het bestuurlijke en economische hart van Nederland te beschermen tegen vijandelijke legers. De Nieuwe Hollandse Waterlinie vertelt het begin van het verhaal van de complete ontwikkeling van de twee linies. Samen laten zij de overgang van bouwen met baksteen naar betonbouw zien en het Nederlandse vernuft op het gebied van watermanagement. De Hollandse Waterlinies vormen nu een groot open landschap aan de rand van de Randstad.

Werelderfgoedstatus

De Werelderfgoedstatus onderstreept en bevestigt volgens de indieners van het nominatiedossier de betekenis van dit unieke erfgoed en daarmee de betekenis voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit in ons land. Bovendien biedt het economische en maatschappelijke kansen en het kan meer (internationale) bezoekers naar het gebied trekken.

Gezamenlijke toekomst

De Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie hebben een gezamenlijk verleden én een gezamenlijke toekomst als één Werelderfgoed; de Hollandse Waterlinies.

In 1996 werd de Stelling van Amsterdam door UNESCO opgenomen op de Werelderfgoedlijst. In juni 2014 besloot het rijk om de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de voorlopige nominatielijst voor UNESCO Werelderfgoed te plaatsen, als uitbreiding op de Stelling van Amsterdam. Na jarenlange samenwerking tussen de vier linieprovincies (Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant) en de rijksoverheid is het aanbieden bij UNESCO een zeer belangrijke stap in het nominatieproces.

UNESCO kan de Nieuwe Hollandse Waterlinie op zijn vroegst in de zomer 2020 aanwijzen als Werelderfgoed. Doet zij dat, dan is het UNESCO-Werelderfgoed Hollandse Waterlinies een feit.

Foto: Fort Kijkuit (foto Gertjan de Boer, Natuurmonumenten).