Restauratie en nieuwbouw De Lakenhal Leiden in de jaren 2015-2017

Museum-De-Lakenhal_Impressie_Achterplaets-binnenhof_mediabeeld

Met gepaste trots hebben de gemeente Leiden en Museum De Lakenhal het definitieve ontwerp gepresenteerd voor restauratie en uitbreiding van het rijksmonument. Het ontwerp voor de restauratie is van de hand van Julian Harrap Architects uit Londen, de jonge Nederlandse talenten Happel Cornelisse Verhoeven uit Rotterdam tekenen voor de nieuwbouw. Verwezenlijking van het ingrijpende museumproject in Leiden is voorzien in de jaren 2015-2017.

De architecten hebben volgens de opdrachtgevers voor het complex binnen een jaar een ontwerp ontwikkeld dat kwalitatief hoogwaardig en tegelijkertijd kostenbewust is. De vier afzonderlijke gebouwdelen worden op vanzelfsprekende manier met elkaar verbonden via een centraal binnenhof, dat ontstaat door de historische Achterplaets van de oude Laecken-Halle te heropenen. Deze Achterplaets (artist impression) staat in directe verbinding met de historische entree van het museum.

In de nieuwbouw worden twee tentoonstellingszalen toegevoegd met natuurlijk bovenlicht en uitzicht op de stad. Museumdirecteur Meta Knol: “Met dit ontwerp kan De Lakenhal de toekomst in. Het verbindt heden en verleden op intelligente wijze, met een eigentijds en eigenzinnig resultaat dat uitstekend bij het museum past.”

Heden en verleden

Museum De Lakenhal is gevestigd in de 17e-eeuwse lakenhal van Leiden. Het museum werd twee keer eerder uitgebreid: in 1890 en in 1921. Met de nieuwbouw wordt een eigentijdse laag toegevoegd aan het bestaande palet van gebouwen uit verschillende tijden.

Het ontwerp van de nieuwe tentoonstellingsvleugel is een hedendaagse interpretatie van de baksteenarchitectuur van het huidige museumcomplex, geïnspireerd op de historische bebouwing in de omgeving. Door toevoeging van het nieuwe gebouw aan de Lammermarkt ontstaat een alzijdig museumcomplex dat als een herkenbaar baken moet gaan functioneren in het Leidse Cultuurkwartier.

Nobele eenvoud

Rijksmonument de Laecken-Halle is in 1640 ontworpen door architect Arent van ’s-Gravesande en diende als keurhal van het wereldberoemde Leidse Laken, totdat het gebouw in 1874 werd getransformeerd tot museum. De rijk gedecoreerde gevel van het klassieke stadspaleis is in zijn oorspronkelijke vorm behouden gebleven.

Van binnen was de Laecken-Halle altijd een functioneel werkgebouw, waar voorname kooplieden en wevers van lakense stoffen elkaar ontmoetten. De architecten hanteren voor de restauratie en uitbreiding het ontwerpprincipe van ‘nobele eenvoud’ en zoeken daarmee aansluiting bij de historische identiteit en functie van de Laecken-Halle.

Sporen van tijdlagen

In het interieur van de 17e-eeuwse Laecken-Halle zijn door de vele veranderingen in de loop der eeuwen tal van tijdlagen terug te vinden. Uitgangspunt voor de restauratie is het aanbrengen van een fijnzinnige balans tussen deze tijdlagen.

Sporen van vroegere ingrepen blijven zichtbaar en leesbaar in het gebouw en vormen daarmee een uniek patina. Deze werkwijze is door de restauratiearchitecten van Julian Harrap Architects eerder met succes toegepast bij het herstel van het Neues Museum in Berlijn. Architect Robert Sandford: “The project for the Lakenhal seeks to give an understanding and clarity to the original building and subsequent layers of history from seventeenth century Cloth Hall to twenty-first century museum.”

Architectuur uit een stuk

Het nieuwe gebouw van Happel Cornelisse Verhoeven voegt zich, net als de Laecken-Halle, op een intelligente manier in de stedelijke omgeving. Het hoge gebouw zoekt met de lage flanken fysiek aansluiting bij de naastgelegen burgerhuizen.

Door de verjonging naar boven toe ontstaat een eigenzinnig postuur: een rank gebouw dat stevig met de grond verankerd is. In de plint bieden monumentale boogdeuren toegang tot het werkadres van het museum. Met een groot boograam presenteert de nieuwe tentoonstellingszaal zich transparant en op ooghoogte aan de stad. In de materialisatie zoekt het gebouw aansluiting bij het bestaande complex. Architect Ninke Happel: “Het nieuwe gebouw wordt opgetrokken uit een warme, grijs gemêleerde baksteen; hetzelfde gevelmateriaal als van de andere gebouwen, maar onderscheidend in kleur. Door een menging van drie kleisoorten in combinatie met een geïnnoveerd, dubbel bakproces ontstaat een genuanceerd palet van grijstinten, dat doet denken aan de beroemde Hollandse wolkenluchten uit de 17e-eeuwse schilderijen, zoals van de Leidse schilder Jan van Goyen.”

Kosten en begunstigers

Begin 2014 keurde de Leidse gemeenteraad het Uitvoeringsbesluit voor de restauratie en uitbreiding goed. Het huidige ontwerp past binnen de financiële kaders, waarbij de gemeente Leiden 16,6 miljoen euro beschikbaar stelde voor de bouw.

Museum De Lakenhal heeft zich de opdracht gesteld de overige financiering zelf te bijeen te garen. Inmiddels is dankzij een succesvolle campagne ruim 2,5 miljoen euro aan fondsen opgehaald, waaronder een impulsbijdrage van 1 miljoen euro van de BankGiro Loterij, een bijdrage van 790.000 euro van de provincie Zuid-Holland en bijdragen van het succesvolle Lucas van Leyden Mecenaat.

Overige bijdragen komen van de onlangs gelanceerde American Friends of Museum De Lakenhal, Nederlandse particuliere en overheidsfondsen, sponsoring en overige donaties. Het uiteindelijke investeringsbudget zal afhankelijk zijn van het succes van de fondsenwerving. In de uitvoering is daarom rekening gehouden met een gefaseerde aanpak op basis van heldere prioriteiten.

Leiden Cultuurstad

De restauratie en uitbreiding van Museum De Lakenhal maakt deel uit van de gebiedsontwikkeling in het Cultuurkwartier, waarvan ook het gloednieuwe poppodium Gebr. De Nobel, de aanleg van een ondergrondse parkeergarage op de Lammermarkt en de herinrichting van het Leidse Singelpark deel uitmaken.

Verantwoordelijk wethouder Robert Strijk (cultuur): “De presentatie van het definitief ontwerp is weer een van die mooie momenten van collectieve trots. Trots op onze historie, op de schoonheid van de stad Leiden. De Lakenhal is een museum gevuld met onze eigen geschiedenis en daarmee enorm belangrijk. Nu zien we ook toekomst. Want met dit ontwerp heeft het museum letterlijk en figuurlijk ruimte om te groeien en weet ik zeker dat nog meer mensen naar de stad zullen komen voor onze kennis, onze cultuur en onze Lakenhal.”