Steeds meer buitenlanders bezoeken kastelen en historische buitenplaatsen

Weldra openen 71 museaal toegankelijke kastelen en historische buitenplaatsen in Nederland voor een nieuw seizoen hun deuren voor publiek uit binnen- en in toenemende mate ook uit buitenland.

Een en ander blijkt uit vandaag (donderdag 21 maart) gepubliceerd onderzoek naar kerncijfers van deze kasteel- en buitenplaatsmusea (kasteelmusea), uitgevoerd door de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen (sKBL).

Doel van het onderzoek was het verkrijgen van inzicht in bezoekersaantallen, waar zij vandaan komen, waarom men komt en op welke wijze de kasteelmusea marketing- en promotiestrategieën benutten. Aan het sKBL-onderzoek namen 44 musea deel.

Twee miljoen

Het aantal bezoekers vorig jaar beliep ruim twee miljoen – evenveel als in 2017; maar omdat Paleis het Loo door een verbouwing de helft minder bezoekers trok, is volgens de sKBL toch sprake van groei.

Het werkelijke aantal kan bovendien hoger liggen omdat niet alle kasteelmusea bezoekers nauwkeurig registreren. Circa 15 procent komt blijkens het sKBL-onderzoek uit het buitenland, vijf procent meer dan een jaar eerder. Buitenlands bezoek (94 procent is individueel bezoeker) is voornamelijk afkomstig uit Duitsland (93 procent), Vlaanderen (85 procent) en Engeland (50 procent). Om die groep van dienst te zijn, biedt 70 procent van de respondenten digitale informatie in Europese talen aan en kunnen bij 68 procent activiteiten (rondleidingen en expositie-informatie) in verschillende talen worden meegemaakt. Ook al bieden tal van kasteelmusea op hun websites anderstalige informatie aan, toch valt volgens de sKBL met het oog op informatievoorziening en marketing nog een wereld te winnen. Dit omdat slechts de helft van de kasteelmusea hierin voorziet en dan nog meestal door middel van folders. Ook het internationale groepsbezoek zou meer kunnen worden gestimuleerd.

Vruchtbare campagne

Uit het onderzoek kan voorzichtig worden geconcludeerd dat de campagne Çastles and Country Houses van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) aantoonbaar vruchten afwerpt. Die richt zich op kastelen en buitenplaatsen in de provincies Gelderland, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland en Overijssel.

Alle ondervraagde kasteelmusea geven aan dat inkomsten uit kaart- en museumverkopen naast horeca en commerciële verhuur de belangrijkste inkomstenbronnen vormen. Sommige hebben daarnaast inkomsten uit pacht en huur. De entreeprijs bedroeg gemiddeld 8 euro p.p. en bij 59 procent is de verhoogde BTW van 6 naar 9 procent niet in de entreeprijs doorberekend. Van de kasteelmusea is ruim 70 procent vrijwel zeven dagen te bezoeken. Een derde deel kent een wintersluiting van twee/drie maanden voor onderhoud en restauratiewerk.

Organisatie

Bij ruim de helft van de kasteelmusea functioneert een verantwoordelijk bestuur of raad van toezicht, gemiddeld 5,5 leden groot. De uitvoerende dagelijkse leiding ligt meestal in handen van een directeur en medewerkers, gemiddeld 9 man/vrouw (goed voor 6 fte’s).

Ook zijn gemiddeld 75 vrijwilligers per kasteelmuseum actief. Omgerekend zijn dat ruim 5.000 vrijwilligers. Zij regelen vooral veel op het gebied van publiek- en presentatiezaken (95 procent), groenbeheer (77 procent) en facilitaire zaken (67 procent). Hun inzet is volgens de sKBL onbetwist van essentieel belang voor het functioneren en openstelling van de kasteelmusea en hun instandhouding.

Verder kent 60 procent van de ondervraagde musea een vorm van een ‘Stichting Vrienden van…’ Hun voornaamste taken zijn fondsenwerving, ambassadeurschap en de organisatie van bestuurlijk/politieke relatieactiviteiten. Later dit jaar houdt sKBL een studiedag over de voor- en nadelen van dergelijke vriendengroepen.

Voor het volledige onderzoek, klikt u hier.

Klik hier voor een overzicht van de activiteiten op de locaties.

Foto: Menkemaborg in Uithuizen.