Woonhuis Sybold van Ravesteyn nu Museumhuis

Op steenworp afstand van het wereldberoemde Rietveld-Schröderhuis in Utrecht gaat binnenkort een ander bijzonder huis open als museum, het voormalige woonhuis van architect Sybold van Ravesteyn.

Op het eerste gezicht is het haast niet voor te stellen, maar beide woonhuizen werden kort na elkaar gebouwd. Maar het Huis Van Ravesteyn maakt in zijn speelse vormgeving een volledig andere indruk. In een oogopslag is het werk te zien van een eigenzinnige architect, zowel beroemd als berucht onder zijn tijdgenoten.

Meest gesloopt

Sybold van Ravesteyn (1889-1983) heeft een eigen plaats in de geschiedenis van de Nederlandse architectuur. Hij werd opgeleid als civiel ingenieur en trad in 1912 in dienst van de spoorwegen.

Met een reeks prachtige seinhuizen vestigde hij zijn naam als architect van het Nieuwe Bouwen. Later ontwierp hij de treinstations van Rotterdam en Utrecht, de speelse gebouwen van dierentuin Blijdorp in Rotterdam, schouwburg Kunstmin in Dordrecht, prachtig vormgegeven benzinestations en het interieur van het koninklijke jacht Piet Heyn.

Veel van zijn werk voor de spoorwegen is inmiddels afgebroken. Van Ravesteyn heeft daarmee de twijfelachtige eer de ‘meest gesloopte’ architect van Nederland te zijn. Onder architecten, architectuurhistorici en liefhebbers wordt zijn werk echter bewonderd.

Eigen woonhuis

In 1932 ontwierp Sybold van Ravesteyn voor zichzelf een woonhuis aan de Prins Hendriklaan in Utrecht.

Het eigenzinnige pand toont een overgang naar een vrijere opvatting over vormgeving, met sierlijke en golvende lijnen, die een sterk contrast vormt met de andere architecten van het Nieuwe Bouwen. Van Ravesteyn schuwde de controverse niet en introduceerde barokke krullen in moderne nieuwzakelijke interieurs.

Bijzonder in het interieur van het huis in Utrecht is de grote woonkamer. Die is te beschouwen als een samenvoeging van een werkkamer, zitkamer en eetkamer waartussen de grenzen alleen door middel van een belijning in vloer en plafond zijn aangegeven. De detaillering is uitzonderlijk, van de aluminiumplinten tot de door Van Ravesteyn ontworpen ingebouwde meubelen.

Overdracht

Sybold Van Ravesteyn woonde tot vlak voor zijn overlijden in het huis. In 1996 droeg zijn zoon het pand over aan Vereniging Hendrick de Keyser, de monumentenorganisatie die zich inzet voor historische gebouwen en hun interieur.

Na een periode van verhuur wordt het huis nu Museumhuis en Monument en Bed-locatie. In blokken gedurende het jaar wordt het afwisselend opengesteld als museum dan wel verhuurd als vakantiehuis.

Deelnemers aan de BankGiro Loterij maken het mogelijk dat Vereniging Hendrick de Keyser het bijzondere architectenhuis op deze manier publiek toegankelijk kan maken. Opmerkelijk aan het Museumhuis is dat het grotendeels kon worden ingericht met het oorspronkelijke meubilair.

Veel meubelen en objecten waren nog aanwezig of zijn afkomstig van de familie Van Ravesteyn, zoals serviesgoed, een lamp die hij zelf ontwierp en de passer waarmee hij zijn ontwerpen maakte. Het talentvolle, eigenzinnige en controversiële werk van de architect is nu voor publiek te aanschouwen.

Met alle zintuigen

De Museumhuizen van Vereniging Hendrick de Keyser ontdekt en beleeft de bezoeker vooral zelf. Zo kan eenieder in het huis te Utrecht kijken bij de tekentafel van Van Ravesteyn en zich buigen over de plattegrond van dit aparte huis.

De architect heeft over vrijwel alles nagedacht en daarbij gebruik gemaakt van bijzondere, terugkerende materialen. De bezoeker wordt in het pand uitgenodigd zich thuis te voelen, te gaan zitten op de stoelen, te kijken in de kasten en het huis te ervaren zoals de bewoner zelf.

Museumhuis Van Ravesteyn is vijf dagen per week geopend. Op de website www.museumhuizen.nl staan de openingstijden en het adres. Daar kunnen ook tickets worden gereserveerd met een tijdslot.

Foto: Sybold van Ravesteyn ontwierp zijn eigen woonhuis aan de Prins Hendriklaan in Utrecht in 1932 (foto Pauline Dorhout).