Zes historische parken in tijden van corona

De afgelopen periode, die menigeen veelal thuis heeft doorgebracht, zijn we ons dagelijkse ommetje buiten extra gaan waarderen. Dan is het fijn in de nabije omgeving een park te hebben waar even een frisse neus te halen valt. Bijna ieder dorp of stad kent wel zo’n mooie plek die bij jong en oud in de smaak valt.

Een deel van dit groen is rijksmonument. Nederland telt ruim 1.400 rijksbeschermde tuinen, parken en begraafplaatsen. Ze worden gezien als visuele getuigen van de steeds veranderende relatie tussen mens en natuur.

Architectuurhistorici van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) kozen een aantal bijzondere parken binnen de bebouwde kom, die als de tijd het straks weer toelaat, de moeite waard zijn om te bezoeken, ook als ze verder van huis zijn.

1. Thalenpark – Drachten

Het Thalenpark in Drachten is een naoorlogs stadspark dat in 2018 is aangewezen tot rijksmonument als belangrijk voorbeeld van het erfgoed uit de periode van de Wederopbouw.

Tussen 1959 en 1963 is het park aangelegd naar ontwerp van tuinarchitect Hein Otto. Het park kent een rechthoekige plattegrond en is vormgegeven met een open parkweide met beplanting in borders, waterpartijen in de vorm van vijvers met een cascade en wandelpaden met brug.

Het park sluit aan op de uit dezelfde tijd daterende omliggende bebouwing van de wijk De Swette en vormt een buffer tussen de woonwijk en de Philips-fabrieken. Het ontwerp bleek echter geleidelijk aan kracht te hebben ingeleverd, wat leidde tot een renovatieplan. Het park nodigt nu weer uit om te verblijven en heeft alles in zich om te spelen, sporten, wandelen, luieren en een ommetje te maken. Precies wat de bewoners nodig hebben in de anderhalvemeter maatschappij.

2. Valkhofpark – Nijmegen

Het Valkhofpark is een bijzondere plek in Nijmegen. Sterker, het is meer dan een park. De stuwwal waarop het park ligt, zorgde al vroeg voor menselijke activiteit en heeft inmiddels een driedubbele bescherming als archeologisch rijksmonument, groen rijksmonument én beschermd stadsgezicht. Het heeft sporen van bewoning uit de Bataafse tijd, de Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen.

Karel de Grote liet er de Valkhofburcht bouwen als vaste uitvalsbasis tijdens zijn bezoeken aan het Noord-Westelijke deel van zijn rijk. In de middeleeuwen verbleven diverse Duitse keizers op het complex. De burcht werd in 1796 gesloopt en het tufsteen vermalen.

Op verzoek van de toenmalige Nijmegenaren bleven de Nicolaaskapel en Sint Maartenskapel (Barbarossaruïne) bestaan. Deze gebouwen behoren nu tot de oudste bouwwerken van Nederland. Het park kent dus ook nog twee gebouwde rijksmonumenten. Na de sloop van de burcht, waaronder de grote centrale toren, de donjon, werd het Valkhof achtereenvolgens door de tuinarchitecten J.D. Zocher sr, Hendrik van Lunteren en Lieven Rosseels ingericht als park in verschillende stijlen.

Het Valkhofpark, waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers nog drire bunkers werden gebouwd ter verdediging van de Waalbrug, ligt midden in binnenstad van Nijmegen. Tot vorig jaar maakte de mogelijke herbouw van de donjon vele tongen los.

Anno nu werkt de plaatselijke overheid aan een grootschalige revitalisatie van het stadspark. De RCE draagt daaraan bij met subsidie en advies.

3. Wilhelminapark – Utrecht

Het Wilhelminapark in Utrecht-Oost is in opdracht van de lokale overheid aangelegd. Het stadsbestuur kocht in 1887 twee stukken grond, het Hogelandsepark en het Oudwijkerveld. De verkopende partij bedong de aanleg van een park.

Na een prijsvraag, gewonnen door Jan Anthony Loran (1845 – 1914) en Henri Copijn (1842 – 1923), kon in 1897 met het werk worden begonnen. Om het geheel te bekostigen werden ook bouwpercelen uitgegeven. Rondom verrezen statige herenhuizen.

Het Wilhelminapark is aangelegd in de toen populaire Engels landschapsstijl. Een gemengd bomenassortiment, struiken en bloeiende borders om twee weiden en een grote vijver verlevendigen de aanleg. Gebogen paden bieden de wandelaar een steeds wisselend beeld op het groen en het water. Toen het park werd aangelegd lag het relatief op grote afstand van het stadscentrum.

Nu pronkt het te midden van woonwijken en is het een geliefde plek voor sport en spel, ‘chillen’ en barbecueën. De Duitse bunker aan de rand doet tegenwoordig dienst als piepkleine expositieruimte. Het park werd in 2001 rijksmonument en is sinds 2013 onderdeel van het beschermde gezicht Utrecht-Oost.

4. Park Sonsbeek – Arnhem

Wie kent het beeld niet: de Witte Villa op de heuvel in het groen in Arnhem.

Het mooiste park van de Gelderse hoofdstad vertelt veel verhalen, van het ontstaan van het heuvellandschap met zijn Sint-Jansbeek, de watermolens, de buitenplaatscultuur en de verfraaiingsdrang van baron van Heeckeren. Tot het wijze stadsbestuur dat in 1899 Sonsbeek opkocht als stadspark, wat het nog steeds is.

Directeur Gemeentewerken Jan Tellegen was begaan met het welzijn van de mens in de stad. De industrialisering en groei van steden maakten die stadsmens niet gezonder. Toevallig in hetzelfde jaar als de parkaankoop werd het eerste concept voor de Woningwet 1901 met het adagium ‘licht, lucht en ruimte’ gepresenteerd.

Mooi liep Park Sonsbeek op deze behoeften vooruit door dit in ieder geval in de vrije tijd ter beschikking te stellen. Arnhem zou blijven uitblinken door zijn groene long die reikt van de Hoge Veluwe tot in het stadscentrum.

5. De Braak – Amstelveen

Het voorjaar is hét jaargetijde om een bezoek te brengen aan heempark De Braak in Amstelveen. De inheemse planten in dit wandelpark staan dan prachtig in bloei. Voor de aanleg in 1939 ging ontwerper Broerse uit van de bestaande situatie met plassen, waterlopen en veengrond.

Revolutionair was dat hij voor de beplanting van het park inheemse (‘wilde’) planten gebruikte. Omdat die uit de vrije natuur kwamen en niet waren gekweekt, werd bij het park een kwekerij ingericht. Die is nog steeds in gebruik en levert de planten voor het park.

6. Kloosterdorp – Steyl

Ten zuiden van Venlo ligt langs de Maas een uniek complex met verschillende kloostergebouwen, een missiemuseum, een Lourdesgrot en drie parken: het geheel vormt het beschermd dorpsgezicht Kloosterdorp Steyl.

De kloosters zijn vanaf 1875 gesticht door de Duitse pater Arnoldus Jansen, die inmiddels heilig is verklaard. Hij week destijds naar Nederland uit vanwege de ‘Kulturkampf’ in Duitsland, een periode in het 19de-eeuwse Duitsland van strijd tussen Staat en Kerk.

In de parken van het complex is een prachtige hoeveelheid heesters en groenperken aanwezig, die de wandelaar dwingen tot stilte en innerlijke rust. Die is ook letterlijk te vinden bij een van de congregaties in het kloosterdorp, die van de zogenoemde roze zusters, die alle dagen zwijgend doorbrengen.

Een deel van het park is de prachtige, ommuurde begraafplaats. De confrontatie tussen romantisch groen en de strenge ommuring zorgt voor een bijzondere parkbeleving. Elders in het park domineert de Heilig Hartheuvel.

Foto: Wilhelminapark, Utrecht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.