Zoektocht naar resten Johan van Oldenbarnevelt

Onder de voormalige Hofkapel te Den Haag, waar nu de Eerste Kamer is gevestigd, liggen historische graven waar mogelijk nog resten van Johan van Oldenbarnevelt te vinden zijn. Het kabinet Rutte III heeft besloten daar onderzoek naar te laten doen.

De wetenschappelijke en maatschappelijke betekenis van de plek is dusdanig groot dat het kabinet kiest voor opgraving. “Zo kunnen we archeologisch onderzoek doen en onze nationale geschiedenis aan een breed publiek presenteren”.

Een en ander sluit aan bij de ambitie uit het regeerakkoord om meer aandacht te besteden aan historische plaatsen.

Uitvoering

De uitvoering van het onderzoek is in handen van de afdeling archeologie van de dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag, in combinatie met specialistische onderaannemers. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) treedt op als adviseur.

Volgens verantwoordelijk minister Ingrid van Engelshoven (OCW) staat buiten kijf, dat Johan van Oldenbarnevelt een ‘zeer belangrijke historische persoon’ was. “Kijk naar de vernieuwde canon. Daarin heeft Van Oldenbarnevelt een eigen venster. Ook al is de kans klein dat we resten van hem vinden, dan nog is onderzoek naar deze graven van geschiedkundig belang. Historici en de RCE geven aan dat we sowieso interessante vondsten zullen aantreffen van bijzondere personen over een periode van 500 jaar.”

Rapport RCE

In het RCE-rapport De stoffelijke resten van Johan van Oldenbarnevelt, Inventariserend onderzoek naar het graf en de mogelijkheden tot identificatie wordt ingegaan op de geschiedenis van de Hofkapel als begraafplaats.

Ook bericht het verslag over de vraag of het waarschijnlijk is dat er nog de resten van Johan van Oldenbarnevelt aanwezig zijn onder het gebouw van de Eerste Kamer. Bij het opstellen van het rapport zijn onder andere archeologen, fysisch antropologen en dna-onderzoekers geraadpleegd.

Mogelijke vondsten

De RCE concludeert dat ter plekke honderden, soms zeer bijzondere bijzettingen, uit een periode van circa 500 jaar liggen, waarvan tientallen met naam en toenaam bekende personen.

Niet uitgesloten is volgens de rijksdienst dat er nog (skelet)resten van Van Oldenbarnevelt te vinden zijn onder de voormalige Hofkapel. Maar de verschillende verbouwingen en herordeningen van de graven maken dat de resten hoogstwaarschijnlijk niet meer in de context van hun oorspronkelijke begraving liggen.

Ten slotte is nog geen hedendaagse dna-match beschikbaar waarmee de stoffelijke resten van Van Oldenbarnevelt zouden kunnen worden geïdentificeerd, dus identificatie langs die weg is niet mogelijk.

Verloop onderzoek

De komende maanden wordt een Programma van Eisen opgesteld dat inhoudelijk richting geeft aan het onderzoek. Op basis daarvan komt er een Plan van Aanpak.

De verwachting is dat het onderzoek, inclusief voorbereiding, in de periode medio 2020 – eind 2021 zal worden uitgevoerd in samenhang met de renovatie van het Binnenhof. De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Algemene Zaken dragen de kosten.

Doodvonnis

Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619) was landsadvocaat en raadspensionaris van de Staten van Holland in de Tachtigjarige Oorlog. Hij vormde samen met de stadhouder en legerleider de politieke leiding van de Republiek. Daarnaast was hij betrokken bij de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602.

Van Oldenbarnevelt en stadhouder Maurits van Oranje werkten aanvankelijk goed samen, maar raakten in onmin over het bestand met Spanje, het geloof en de vraag wie de leiding had in de Republiek. In 1618 liet prins Maurits Van Oldenbarnevelt oppakken op verdenking van hoogverraad. Op 13 mei 1619 werd diens doodvonnis voltrokken in Den Haag.

Foto: Michiel Jansz. van Mierevelt, Portret van Johan van Oldenbarnevelt (uitsnede), circa 1616 (Rijksmuseum, Amsterdam).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.