Nederlandse onderzeeboten voor kust Maleisië verdwenen

De wrakken van de Nederlandse onderzeeboten KXVII en O16 voor de kust van Maleisië zijn zo goed als verdwenen. Op de locatie zijn van de O16 nog enkele restanten van voor- en achterschip op de zeebodem aanwezig, van de KXVII nog slechts een afdruk in de zeebodem.

Afgelopen vrijdag (5 juli) maakten de ministers Ank Bijleveld (Defensie) en Ingrid van Engelshoven (OCW), mede namens minister Stef Blok (BZ), de eerste bevindingen van onderzoek bekend aan de Tweede Kamer.

Het gaat om twee onderzeeërs dichtbij de Tioman eilanden, de Hr. Ms O16 van gezagvoerder Bussemaker en de Hr. Ms. KXVII van gezagvoerder Besançon. Het team experts dat namens Nederland en Maleisië onderzoek op de wraklocaties heeft gedaan, keerde gisteren terug in Nederland.

Uitwerken details

De komende tijd worden de details van het onderzoek uitgewerkt.

De expeditie die Nederland en Maleisië samen uitvoerden vond plaats van 28 juni tot 9 juli en werd namens Nederland geleid door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), in samenwerking met de Defensie Duikgroep (Koninklijke Marine).

Het onderzoek bestond uit cultuurhistorisch veldonderzoek, uitgevoerd door een voor de gelegenheid speciaal samengesteld team archeologen en defensiespecialisten uit Nederland en Maleisië.

Voorafgaand aan het onderzoek is met Maleisië afgesproken samen te werken op het gebied van maritiem erfgoed en beheer van Nederlandse wrakken in de regio. Met de expeditie is aan die afspraak een eerste invulling gegeven.

Herdenking

“Dit bericht raakt ons diep”, schrijven de bewindslieden aan de Tweede Kamer. “De wraklocaties van de schepen zijn de laatste rustplaats van de opvarenden en vormen een plek van herinnering. De nabestaanden zijn inmiddels op de hoogte gebracht”.

Uit respect voor de gesneuvelden is de afgelopen week op beide locaties een herdenking gehouden door de leden van de expeditie.

Nederland en Maleisië publiceerden een gezamenlijke verklaring over de eerste bevindingen van het onderzoek en zijn in gesprek over de te nemen vervolgstappen. Beide landen zetten zich in om te achterhalen wat er met de verdwenen wrakken is gebeurd. “Hierbij bouwen we voort op de recent ondertekende intentieverklaring tussen Nederland en Maleisië ten aanzien van maritiem erfgoed”, aldus de ministers.

Scheepswrakken en oorlogsgraven

Volgens Martijn Manders (RCE), maritiem archeoloog en expeditieleider, is het resultaat van de expeditie ‘niet de uitkomst die we gehoopt hadden’.

“Vanuit de Nederlandse overheid werken we aan het beheer van onze scheepswrakken in het buitenland, daarom brengen we ook deze wraklocaties in kaart. Als het gaat om schepen uit de Tweede Wereldoorlog zijn het oorlogsgraven die we willen beschermen als laatste rustplaatsen en herdenkingsplekken: lieux de memoire. We onderzoeken de locaties met onze expertise op het gebied van maritiem erfgoedbeheer zodat we ook de informatiewaarde en kennis over deze plekken vergroten. Het is primair aan de kuststaten om de wraklocaties te beheren, maar wij willen daar ook aan bijdragen. De data die gezamenlijke maritiem-archeologische onderzoeken opleveren, helpen om met elkaar te werken aan beter beheer en bescherming van de wrakken in de toekomst”.

Onderzeedienst in WOII

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vergingen zeven boten van de Nederlandse onderzeedienst, met aan boord in totaal 213 opvarenden. De Hr. Ms. KXVII kwam niet terug van een patrouille die op 6 december 1941 begon, samen met de Hr. Ms. O16.

De Hr. Ms. KXVII met 36 bemanningsleden aan boord werd slachtoffer van een Japans mijnenveld. Ook de Hr. Ms. O16 liep op een Japanse mijn, waarbij 41 bemanningsleden zijn omgekomen en slechts een het overleefde.

Foto: Deze week herdachten de expeditieleden de omgekomen bemanningsleden van de twee onderzeeërs.