Twee Nederlandse kastelen op eerstedagenvelop

Op 20 februari brengt PostNL twee postzegels uit met daarop afbeeldingen van Kasteel Doornenburg en Kasteel Amerongen. Op de zegels, ontworpen door Xandra Kleine van Digidee concept creatie en emotie, worden oude prenten van de kastelen samengevoegd met foto’s uit de huidige tijd.

Op de eerstedagenvelop zijn het thema en de kleurstelling gebruikt om aan de linkerzijde een derde kasteel, Kasteel De Haar uit Haarzuilens, af te beelden. De postzegels en de eerstedagenvelop zijn vanaf 20 februari online en via de postzegelhandel te koop.

Gekartelde kastelen

Gebouwen, bruggen en monumenten zijn gewilde verzamelobjecten voor postzegelverzamelaars. Met de vele kastelen die Nederland rijk is – er waren er ooit 1.000 – hebben slechts zeven de gekartelde centimeter gehaald. In 1951 verscheen een serie van vijf kastelen: Kasteel Hillenraad, Kasteel Huis Bergh, Kasteel Hernen, Kasteel Rechteren en Kasteel Moermond.

Slot Loevestein en het Muiderslot zijn terechtgekomen op persoonlijke postzegels uit 2009. De twee nieuwe zegels maken de reeks tot negen kastelen ooit afgebeeld op een postzegel.

Burcht en Ridderslot

In de 9e eeuw dient de Doronburc als vesting ter verdediging tegen de Noormannen. In 1295 wordt voor het eerst een heer van de Doornenburg vermeld: Willem van Doornick, Gelders Leenman. Het Middeleeuwse Kasteel Doornenburg heeft veel eigenaren gekend en is sinds 1936 in handen van de Stichting tot Behoud van den Doornenburg. Het kasteel is openbaar toegankelijk.

Kasteel Amerongen stamt officieel uit 1286. Na diverse malen te zijn verwoest en weer herbouwd, werd het kasteel in 1597 erkend als Ridderhofstad. Na verschillende rampjaren, waarin oorlogen, brand en verwoesting het kasteel teisteren, wordt het kasteel in 1680 herbouwd en een eeuw later naar de eisen van die tijd aangekleed. Sinds 1982 is de Stichting Kasteel Amerongen eigenaar van dit turbulente stukje bakstenengeschiedenis. Het kasteel heeft een publieke functie.

Eerstedagenvelop

In de postzegelhandel waren vroeger de enveloppen zonder zegels los te koop. Verzamelaars frankeerden ze en stuurden ze op de dag van afstempeling (in een omslag) naar de PTT in Groningen of op het postkantoor in Den Haag, om ze daar op de dag van uitgifte af te laten stempelen. Al spoedig bood de handel ook kant-en-klare enveloppen aan, veelal niet voorzien van een adres. Na 1960 gingen steeds meer verzamelaars de enveloppen ‘onbeschreven’ (zonder adres) verzamelen en in de jaren tachtig waren vrijwel alle eerstedagenveloppen ‘blanco’ ofwel zonder adres. Oudere eerstedagenveloppen zonder adres zijn schaars tot zeer schaars. Vanaf 1961 is de standaard kwaliteit ‘onbeschreven’. Eerstedagenveloppen zijn ook los verkrijgbaar.